Wild gras bestrijden in je gazon begint met het herkennen welke soort je voor je hebt, want straatgras (Poa annua), kweekgras (Elymus repens) en wilde aardbei vragen elk een andere aanpak. Kleine plekken prik je het beste handmatig uit bij vochtige grond, ruimere besmettingen pak je mechanisch aan met verticuteren en beluchten, en bij hardnekkige gevallen kun je grijpen naar een chemisch middel dat in Nederland voor particulieren is toegelaten. Glyfosaat is dat niet meer: dat mag je als particulier sinds medio 2022 niet meer kopen of gebruiken.
Bestrijden van wild gras in gazon: complete Nederlandse gids
Waarom wild gras in je gazon aanpakken
Wild gras is niet alleen lelijk. Het concurreert actief met het gewenste gazonsgras om water, licht en voedingsstoffen. Straatgras maakt in één voorjaar enorme hoeveelheden zaad aan, kweekgras verspreidt zich via ondergrondse wortelstokken en vult kale plekken razendsnel op, en laagblijvende onkruiden zoals wilde aardbei woekeren vlak langs de grond zodat de maaimachine er nauwelijks bij komt. Als je niets doet, verliest het gewenste gras terrein en krijg je een gazon dat steeds meer lijkt op een veldje met van alles en nog wat. Vroeg ingrijpen kost je een middagje werk; een volledig overgenomen gazon kan je een heel seizoen kosten.
In Nederland spelen ook klimaatomstandigheden mee. Natte najaren en milde winters geven Poa annua alle kans om massaal te kiemen. Een droge zomer stresst het gewenste gras en laat kweekgras de overhand nemen. Door het probleem te herkennen en op het juiste moment in te grijpen, houd je het beheersbaar zonder een dure hovenier te bellen.
Wat is 'wild gras' in een Nederlands gazon?
De term 'wild gras' is geen botanische categorie maar een praktische omschrijving: alle grassoorten en grasachtige planten die je niet zelf hebt ingezaaid en die je gazon overwoekeren. In Nederlandse gazons gaat het in de meeste gevallen om een handvol vaste boosdoeners. Straatgras (Poa annua) is veruit de meest voorkomende. Kweekgras (Elymus repens, ook wel Elytrigia repens) is de hardnekkigste. Bermudagras (Cynodon dactylon) kom je in Nederland minder vaak tegen, maar het duikt op in warme, zonnige tuinen, zeker na een hete zomer. Daarnaast tref je soms laagblijvende onkruiden aan die geen echte grassen zijn maar wel op vergelijkbare manier het grastapijt verstikken, zoals wilde aardbei (Fragaria vesca).
Het onderscheid tussen soorten is belangrijk omdat de aanpak verschilt. Zaadvormende eenjarigen zoals straatgras kun je uitputten door ze vóór zaadvorming te verwijderen. Wortelstokbezitters zoals kweek komen altijd terug als je ook maar een klein stukje rizoom laat zitten. En laagroeiers zoals wilde aardbei lach om de maaimachine en moeten mechanisch of chemisch worden aangepakt.
Straatgras herkennen: kenmerken en groeiplaatsen
Straatgras (Poa annua) is het kleine, lichtgroene gras dat in het voorjaar opeens overal witte-gele zaadpluimpjes maakt. Het blijft laag, heeft zachte, smalle bladeren en vormt compacte polletjes. De aren zijn fijn en uitgespreid, met kleine bloempjes die al in april-mei rijpen. Eén plant kan honderden zaden produceren, en die zaden kiemen het liefst in september en oktober als de bodemtemperatuur zakt naar onder de 10 graden Celsius. Zie ook 'Straatgras herkennen: kenmerken en groeiplaatsen', met praktische tips over waar het zich vestigt en waarom je het bij vochtige grond eenvoudig kunt uitrekken (zie p9s1) waar straatgras groeit en waarom je het bij vochtige grond makkelijk uittrekt. Maar ook bij temperaturen van slechts 3 graden groeit het nog door, wat verklaart waarom het het hele jaar door actief kan zijn.
In de tuin vind je straatgras het meest op plekken die iets verdicht zijn: langs paden, in rijsporen van een grasmaaier, of in kale plekken waar de zode dun is. De wortels gaan maar 0 tot 10 centimeter diep, dus bij vochtige grond trek je het er makkelijk uit. Het probleem is de enorme zaadbank die de bodem opbouwt: de plant zaait zichzelf elk jaar opnieuw in. Hoe eerder je ingrijpt, hoe kleiner die zaadbank blijft.
Kweekgras herkennen: de taaiste tegenstander
Kweekgras (Elymus repens) is het grove, rechtopstaande gras dat vaak in dichte pollen groeit en zijn aren stijf omhoogsteekt. De bladeren zijn breder en ruwer dan gewoon gazonsgras. Maar het echte kenmerk zit ondergronds: lange, witte, taaie wortelstokken (rizomen) die tot ver buiten de pol reiken. Trek je aan de plant, dan breek je de stengel af maar blijven de rizomen intact. Elk stukje rizoom dat je in de grond laat zitten, schiet opnieuw uit. Dat maakt kweek zo frustrerend.
Steek een klein stuk grond uit met een schepje bij een verdachte plek. Zie je witte, gladde wortelstokken die horizontaal door de grond lopen? Dan heb je kweek. Een vergelijkbaar probleem, maar minder frequent in Nederland, is Bermudagras (Cynodon dactylon). Dat herkent je aan prostrate runners die zichtbaar over de grond kruipen en een dicht tapijtje vormen, met vingerachtige aarpluimen. Het duikt het vaakst op in warme, zonnige gazons in het zuiden van het land na een hete zomer.
Wilde aardbei en andere laagblijvende indringers
Wilde aardbei (Fragaria vesca) is technisch gezien geen gras, maar gedraagt zich in een gazon als een agressieve grondbedekker. De drielobbige bladeren, witte bloempjes en kleine rode vruchtjes zijn goed herkenbaar. De plant verspreidt zich via uitlopers (stolonen) die vlak over de grond lopen en op regelmatige afstanden nieuwe plantjes vormen. Omdat ze zo laag blijft, maai je er overheen zonder haar werkelijk te schaden.
Andere aanverwante onkruiden die je in Nederlandse gazons tegenkomt zijn kruipend struisgras (Agrostis stolonifera, vormt ook stolonen), fioringras en veldbeemgras, die allemaal de neiging hebben om dichtere, minder uniform uitziende plekken te vormen in een overigens nette zode. Ze zijn moeilijker te onderscheiden van gewenst gazonsgras zonder de aren goed te bekijken. Bij twijfel: pluk een polletje en vergelijk het met foto's of beschrijvingen van je ingezaaide grasmix.
Diagnose: bepaal de ernst voordat je ingrijpt
Voordat je begint, is het slim om een minuutje te kijken hoe erg het eigenlijk is. Loop het gazon door en stel jezelf drie vragen: Welke soort is het? Hoe groot is het aangetaste oppervlak? En wat is de oorzaak dat het hier kon groeien?
- Identificeer de soort: kijk naar bladbreedte, kleur, wortelstructuur en zaadvorming zoals beschreven in de herkenningssecties hierboven.
- Schat het oppervlak: kleine plek is minder dan 0,5 m², matige besmetting is 0,5–5 m², grote besmetting is meer dan 5 m² of verspreid door het hele gazon.
- Zoek de oorzaak: verdichte bodem, kale plekken door schaduw of betreding, een te hoge of te lage pH, of gewoon een dunne zode door onvoldoende bemesting en beregening.
- Doe een pH-check: een gazon gedijt het best bij pH-KCl 5,5–6,5. Een te lage pH bevordert mos en sommige onkruiden; een te hoge pH vermindert de opname van stikstof. Eenvoudige pH-testsets zijn verkrijgbaar bij tuincentra voor circa 5–10 euro.
- Overweeg een bodemanalyse: bij herhaalde problemen, kale plekken of structureel terugkerend wild gras is een uitgebreide bodemtest zinvol. Laboratoria zoals Eurofins Agro bieden pakketten aan waarbij je ook stikstof, fosfaat (P-Al of P-CaCl2) en kalium laat meten.
De oorzaak aanpakken is minstens zo belangrijk als het wild gras zelf verwijderen. Als je een kale plek hebt doordat de grond te verdicht is, dan groeit er over een jaar opnieuw straatgras als je de bodemstructuur niet verbetert. Ingrijpen zonder oorzaakanalyse is water naar de zee dragen.
Kleine plekken aanpakken: stap voor stap
Voor een plek kleiner dan ongeveer een halve vierkante meter is handmatig ingrijpen de snelste, goedkoopste en meest effectieve methode. Hieronder de stappen die ik zelf gebruik.
- Bewater de plek een dag van tevoren als de grond droog is. Vochtige grond geeft mee, droge grond scheurt en laat wortelstokken in de grond achter.
- Gebruik een onkruidsteker of smalle spade om de plant inclusief wortels en rizomen uit te steken. Bij kweekgras: steek minimaal 15 cm diep en werkt vanuit de buitenkant naar binnen zodat je de rizomen niet verder verdeelt.
- Controleer elk stukje uitgegraven grond op witte wortelstokfragmenten en verwijder ze. Gooi ze niet op de composthoop maar in de gft-bak of vuilniszak, anders groeien ze verder.
- Vul het gat op met goede teelaarde of een mengsel van zand en compost als de bodem verdicht is.
- Zaai direct opnieuw in met een passende grasmix (voor schaduwrijke plekken, droogte-tolerant of gebruiksgazon) en druk het zaad licht aan.
- Houd de doorgezaaide plek de eerste twee weken licht vochtig, bij voorkeur elke ochtend een korte beurte. Vermijd zware beregening die het zaad wegspoelt.
- Bij straatgras: doe dit vóór de zaadvorming in april-mei, anders verspreid je de zaadjes terwijl je werkt.
Voor wilde aardbei werkt uittrekken prima als je ook de stolonen volgt en doorknipt. Lees ook onze praktische handleiding wilde aardbei in gazon bestrijden voor stap-voor-stap instructies en fotoherkenning. Een paar centimeter stoloon laten zitten betekent een nieuwe plant over vier weken. Wees grondig of begin opnieuw.
Grotere besmettingen aanpakken: verticuteren, beluchten en uitgraven
Als het wild gras meer dan een paar vierkante meter beslaat of verspreid door het hele gazon zit, is handmatig wieden geen haalbare kaart meer. Dan kom je niet om mechanische methoden heen.
Verticuteren: vilt eruit, concurrentie erin
Verticuteren verwijdert de viltige laag van dood organisch materiaal (vilt of thatch) die zich ophoopt in de zode. Die viltlaag is een ideaal kiembed voor straatgras: vochtig, warm en beschermd. Door te verticuteren verwijder je die laag en geef je het gewenste gras meer ruimte en licht. Stel de verticuteerdiepte in op 3 tot 6 mm, niet dieper, want anders beschadig je de groeipunten van het gazonsgras. Volgens het WUR‑advies is matig verticuteren (3–6 mm) aan te raden en worden bij Poa‑annua‑gevoeligheid regelmatige oppervlakkige beurten (ongeveer elke 4–6 weken tijdens het groeiseizoen) toegepast op intensief gebruikte sportgreens. Verticuteer in de lengterichting en herhaal dwars daarop voor een uniform resultaat.
De beste timing in Nederland is eind april tot mei, als het gazonsgras goed groeit maar de nachtvorst voorbij is. Een tweede beurt in september is mogelijk als de zode hersteltijd heeft voor de winter. Huur een verticuteer-machine bij een tuinmachinehandelaar of grote bouwmarkt als je er zelf geen hebt: voor een dag huur betaal je doorgaans 40 tot 70 euro, afhankelijk van de regio.
Beluchten: bodem open, wortels dieper
Beluchten (aereren) betekent het maken van kleine gaatjes in de grond, hetzij met holle pennen (waarbij je kleine propjes grond uittrekt) hetzij met massieve pennen (prikken). Holle pennen zijn effectiever voor verdichte bodems omdat ze grond verwijderen en ruimte scheppen. Beluchten verbetert de wortelgroei van het gewenste gazonsgras, waardoor het beter kan concurreren met wild gras. Na het beluchten veg je een laagje zand of zand-compostmengsel over de gaatjes voor extra bodemverbetering.
Diepe beluchting (september-oktober) is gunstig voor een zwaar verdichte bodem. De Grasgids 2025 (WUR/PPO‑praktijksamenvatting) adviseert diepe beluchting in september–oktober en verticuteren eind april–mei De Grasgids 2025 (WUR/PPO‑praktijksamenvatting) adviseert diepe beluchting in september–oktober en verticuteren eind april–mei.. Oppervlakkige beluchting kun je elk voorjaar herhalen. Combineer beluchten altijd met direct doorzaaien daarna, zodat het gewenste gras de vrijgekomen ruimte vult voor wild gras dat doet.
Uitgraven en solariseren bij ernstige kweekbesmetting
Bij een zware kweekgras-besmetting over een groter oppervlak is uitgraven de meest betrouwbare niet-chemische methode. Dit is arbeidsintensief: je graaft de hele toplaag tot minimaal 15 tot 20 centimeter diep om, zoekt alle witte rizoomfragmenten op en verwijdert ze. Daarna laat je de grond een week of twee met rust, kijk je welke resterende rizomen opnieuw uitschieten en verwijdert je die ook. Pas daarna zaai je opnieuw in.
Een aanvullende methode is solarisatie: dek de aangetaste plek af met transparante folie (geen zwarte folie, die absorbeert warmte maar het doel is dat er genoeg licht doorkomt om de bodemtemperatuur te verhogen). Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat de zaadbank reducties oplevert van 60 tot 98% bij meerdere weken transparante afdekking in warme periodes, mits de grond vóór het afdekken goed bevochtigd is. Beperkingen: het werkt minder goed tegen diep liggende rizomen van kweek, en na het verwijderen van de folie is de grond tijdelijk kwetsbaar voor snelle herkolonisatie. Gebruik solarisatie dus in combinatie met uitgraven en direct opnieuw inzaaien na verwijdering van de folie.
| Methode | Meest geschikt voor | Beste timing (NL) | Inspanning | Kosten (indicatief) |
|---|---|---|---|---|
| Handmatig uittrekken | Kleine plekken, straatgras, wilde aardbei | Het hele groeiseizoen, vóór zaadvorming | Laag tot middel | Vrijwel gratis |
| Verticuteren | Verspreid straatgras, viltrijke zode | April–mei, eventueel september | Middel | 40–70 euro huurdagtarief |
| Beluchten | Verdichte bodem, dunne zode | Voorjaar en/of september–oktober | Middel | 30–60 euro huurdagtarief |
| Uitgraven rizomen | Zware kweekbesmetting | Voorjaar of vroege zomer | Hoog | Eigen werk + nieuw zaad ~10–25 euro/m² |
| Solarisatie (transparante folie) | Zaadbank reduceren, kleine tot middelgrote plekken | Juni–augustus (warmste weken) | Laag (na voorbereiding) | 5–15 euro voor folie |
Chemische aanpak: wat mag en wat werkt in Nederland
Hier is iets wat veel tuinders niet weten: glyfosaat (het bekendste totaalherbicide) is als particulier in Nederland niet meer toegestaan. Sinds medio 2022 mogen particulieren geen gewasbeschermingsmiddelen met glyfosaat kopen of gebruiken. Dit wordt gehandhaafd door de NVWA, en online worden regelmatig illegale verkopers aangepakt. Koop dus geen middelen via vage webshops die glyfosaat aanbieden: je riskeert een boete en weet niet wat je daadwerkelijk in handen hebt. Voor praktische stappen, schema’s en alternatieven lees je ook ons artikel 'Wat doen tegen wild gras in je gazon'.
Wat mag dan wel? Voor particulieren zijn er middelen op basis van azijnzuur, pelargonzuur of andere toegelaten werkzame stoffen beschikbaar bij tuincentra. Controleer altijd of een middel is toegelaten via het Ctgb (College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden) en of het specifiek is toegelaten voor particulier gebruik in gazons. Let op: de meeste beschikbare herbiciden zijn niet-selectief, wat betekent dat ze ook het gewenste gazonsgras beschadigen. Bij gebruik op kleine plekken werk je dan ook precies: bescherm het omliggende gras met karton of een scherm.
Beslisboom: wel of niet chemisch ingrijpen?
Gebruik de onderstaande vragen om te bepalen of chemisch ingrijpen zinvol is of dat mechanische methoden voldoende zijn.
- Is de besmetting kleiner dan 0,5 m²? Gebruik handmatig uittrekken. Chemie is hier overdreven.
- Gaat het om straatgras verspreid door het gazon? Verticuteren en doorzaaien is effectiever dan een niet-selectief middel dat ook het gewenste gras raakt.
- Heb je een zware kweekbesmetting over meer dan 5 m²? Dan is een combinatie van uitgraven en eventueel een toegelaten niet-selectief middel een overweging, maar bereid je voor op volledig herinzaaien daarna.
- Wil je chemisch ingrijpen? Controleer dan altijd eerst het Ctgb-register of het middel is toegelaten voor particulieren in gazons, en lees het etiket volledig.
- Overweeg je glyfosaat? Dat is als particulier verboden in Nederland. Niet kopen, niet gebruiken.
Herstel na verwijdering: doorzaaien, bemesten en bewateren
Wild gras verwijderen is pas de helft van het werk. Als je de plek niet snel opvult met gewenst gras, zit er binnen een paar weken opnieuw straatgras of kweek. Doorzaaien is daarmee de meest onderschatte stap.
Kies een grasmix die past bij de omstandigheden. Voor een schaduwrijke plek onder bomen gebruik je een schaduwmix met veel rood zwenkgras. Voor een gebruikt gazon met kinderen en honden kies je een gebruiksgazonmix met robuuste soorten. Strooi het zaad ruimschoots: voor doorzaaien gebruik je doorgaans 15 tot 30 gram per vierkante meter. Druk het zaad aan met een rolletje of stap er voorzichtig op. Hou de plek de eerste twee weken licht vochtig.
Bemesting speelt ook een rol. Een stikstofrijke lentemestgift (bijvoorbeeld een gazonmest met NPK 24-5-11 of vergelijkbaar) geeft het gewenste gras een groeiprikkel waarmee het de vrijgekomen ruimte sneller inneemt. Geef maximaal de aanbevolen hoeveelheid op het label en verspreid het gelijkmatig met een strooier. Overmatige bemesting leidt tot weelderige maar zwakke grasgroei die juist gevoelig is voor ziekten.
Preventie: zo houd je wild gras buiten de deur
Preventie is goedkoper dan curatief ingrijpen. Een dichte, gezonde zode laat weinig ruimte voor wild gras om voet aan de grond te krijgen. Dat klinkt simpel, maar het vereist wat regelmaat.
- Maai regelmatig maar niet te kort: houd het gazon op 4 tot 6 centimeter. Korter maaien stresst het gras en geeft lager kiemend onkruid juist meer licht.
- Bewater diep en minder frequent: een wekelijkse grondige beurt van circa 20 mm stimuleert diepe beworteling. Korte dagelijkse beurten houden de bovenste centimeters vochtig, wat straatgras en onkruiden bevoordeelt.
- Verticuteer elk voorjaar oppervlakkig om viltophoping te voorkomen.
- Belucht de bodem jaarlijks of tweejaarlijks om verdichting tegen te gaan.
- Zaai kale en dunne plekken direct opnieuw in: elke kale plek is een uitnodiging voor wild gras.
- Houd de pH op orde (pH-KCl 5,5–6,5) via een regelmatige kalkgift als de pH te laag is.
- Verwijder bloeiende straatgraspolletjes voor ze zaad vormen, ook in de randen van het gazon.
- Beperk betreding van natte gazongedeelten om bodemverdichting te voorkomen.
Jaarplanning: wanneer doe je wat?
| Periode | Actie |
|---|---|
| Februari–maart | Bodemmonster nemen bij structurele problemen; kalkgift als pH te laag |
| April–mei | Eerste verticuteerbeurt; beluchten bij verdichting; handmatig verwijderen straatgras vóór zaadvorming; doorzaaien kale plekken; lentemestgift |
| Mei–juni | Controleren op kweek- en wilde aardbeiuitbreiding; uitgraven indien nodig; doorzaaien na uitgraven |
| Juni–augustus | Solarisatie op zwaar besmette plekken (warmste weken); beregening op orde houden |
| September–oktober | Diepe beluchting bij verdichting; doorzaaien indien nodig; najaarsmestgift (kaliumrijk voor winterharding); tweede verticuteerbeurt indien nodig |
| November–januari | Vermijd betreding van natte gazon; observeer en plan aanpak voor volgend seizoen |
Wanneer schakel je toch een professional in?
De meeste situaties los je zelf op, maar er zijn gevallen waarbij professionele hulp de slimste keuze is. Als meer dan 50% van je gazon is overgenomen door wild gras en je geen zin hebt in een meerdaagse klus, is volledig afplaggen en herinzaaien door een hovenier vaak sneller en goedkoper dan eindeloos bijwerken. Ook als bodemanalyse een ernstig structureel probleem aan het licht brengt (extreem lage pH, zware bodemverdichting door bouwwerkzaamheden, of een slechte drainage), is professioneel advies de moeite waard. Vraag altijd meerdere offertes op en vraag specifiek naar de aanpak voor wild grasbestrijding en de garantie op het eindresultaat.
Voor specifiekere situaties, zoals de chemische aanpak van hardnekkig kweekgras, de exacte stappen bij de bestrijding van straatgras of wilde aardbei, zijn er verdere verdiepende handleidingen beschikbaar op deze site. Die gaan dieper in op de details per soort en per situatie, zodat je altijd de juiste aanpak voor jouw specifieke probleem kunt vinden.
FAQ
Wat wordt in Nederland bedoeld met 'wild gras' in het gazon en welke soorten komen het meest voor?
'Wild gras' verwijst naar gras- en onkruidsoorten die ongepland in het gazon opduiken en concurreren met het ingezaaide gazon. In Nederlandse tuinen gaat het vaak om: Poa annua (straatgras) — laag, fijnbladig en zaadvormend in lente/zomer; Elymus repens (kweek) — grof, met taaie ondergrondse rizomen; en soms couch/ Bermudagras (Cynodon dactylon) bij warme, zonnige plekken. Lage onkruiden zoals bosaardbei (Fragaria vesca) worden ook vaak als ongewenst ervaren.
Hoe herken ik Poa annua, kweek en couch in mijn gazon?
Poa annua: lage, lichtgroene polletjes met fijne blaadjes en kleine aarpluimen in lente/zomer; kiemt vooral in koelere periodes. Kweek (Elymus repens): grover blad, stijve aren boven de grond en lange witte rizomen ondergronds — steek een stukje turf uit om rizomen te vinden. Couch (Cynodon): plat kruipend met stolonen/runners en vingerachtige aarspitsjes; vormt dicht tapijt, vooral op warme, droge en zonnige plekken.
Wat kan ik direct doen bij een paar kleine plekken met wild gras?
Voor kleine plekken: werk bij vochtige grond en vóór zaadvorming. Trek Poa annua en andere jonge planten met wortel uit (uittrekken of prikker). Bij kweek: graaf de kluit en zoveel mogelijk rizomen uit — herhaal regelmatig. Maak het gat schoon en zaai direct bij met geschikt graszaad, licht aanrollen en goed vochtig houden totdat het opkomt.
Welke mechanische en natuurlijke methoden werken voor grotere besmettingen?
Mechanisch en niet-chemisch: 1) Verticuteren om vilt en zode te openen, gevolgd door beluchten (prikgaten/plugging) en direct doorzaaien. 2) Diep uitgraven van kweekzones en regelmatig weghalen van rizomen. 3) Solarizatie (transparante folie in hete weken, enkele weken) vermindert zaadbank sterk — minder effectief tegen diepliggende rizomen. 4) Verbeter bodemstructuur en bemesting zodat gewenst gras beter concurreert.
Wanneer is het verantwoord om chemische middelen te overwegen en wat zegt de Nederlandse regelgeving?
Overweeg chemie alleen als mechanisch/natuurlijk onvoldoende helpt en de besmetting groot en hardnekkig is. Belangrijk: glyfosaathoudende middelen zijn sinds enkele jaren niet vrij verkoopbaar voor particulieren; controleer altijd of een middel toegelaten is (Ctgb‑toelating) en volg NVWA‑adviezen. Gebruik alleen producten die voor particulier gebruik zijn toegestaan, lees het etiket zorgvuldig en neem beschermingsmaatregelen (handschoenen, bril, geen drift naar planten/water). Voor sommige middelen is professioneel gebruik of vergunning vereist.
Welke veiligheidsmaatregelen moet ik nemen bij chemische toepassing?
Lees en volg het etiket en veiligheidsblad. Draag beschermende kleding: handschoenen, lange mouwen, oogbescherming en eventueel een ademhalingsmasker volgens productinstructie. Behandel bij windstil weer, vermijd drift naar bloeiende planten, waterlopen en speelplaatsen. Berg producten veilig op en gooi restanten en lege verpakkingen volgens lokale regelgeving weg. Controleer of het middel nog toegestaan is (Ctgb, NVWA).
Wilde aardbei in gazon bestrijden: stap-voor-stap aanpak NL
Stapsgewijze aanpak om wilde aardbei in je gazon te herkennen en duurzaam terug te dringen met mechanische en onderhouds


